Zwaar alcoholgebruik (minstens 1 dag per week, 6 glazen of meer), komt in de leeftijdscategorie 15-24 jaar, bij mannen en vrouwen, met meest voor volgens de peiling van 2005. Bij een onderzoek van Maalsté kwam naar voren dat studenten meer drinken dan niet studerende mensen van dezelfde leeftijd. Vooral studenten die bij een studentenvereniging zijn aangesloten drinken veel.
Het percentage rokers in de grote steden is circa 34%.
Jongeren in Nederland tussen de 19 en 30 jaar eten teveel verzadigd vet, maar 8% van deze groep voldoet aan de aanbeveling voor de hoeveelheid verzadigde vetzuren. Bijna geen enkele jongvolwassene eet voldoende groente volgens de richtlijnen van gezonde voeding (150 tot 200 gram per dag) en ongeveer 8% eet genoeg fruit (200 gram per dag). Voeding met veel verzadigde vetzuren en transvetzuren is een risico op het krijgen van hart en vaatziekten. Het risico op deze ziekten neemt af bij het eten van voldoende groente en fruit. Ongezond eten is ook een risicofactor voor andere ziektes zoals Diabetes type 2, kanker en osteoporose. Het eten van voldoende groente en fruit beschermt weer tegen diverse soorten kanker. Jongvolwassen mannen in Amsterdam hebben de laagste groenteconsumptie per dag (ongeveer 99 gram, terwijl dit 150-200 gram per dag moet zijn).
Iemand die stress heeft reageert daar op een bepaalde manier op. Sommige mensen gaan bij stress veel eten of alcohol drinken om de problemen te vergeten.
Na het twintigste levensjaar neemt de lichamelijke activiteit af, jongeren tussen de 12 en 19 jaar doen gemiddeld 2,6 uur aan sport terwijl de 20-34 jarigen ongeveer 1,3 uur aan sport doen per week. De Haan en Breeveld hebben in hun onderzoek als verklaring hiervoor dat vanaf het 18e jaar de interesse verplaatst van sport naar uitgaan en sociale contacten.
Het Belgisch hypertensie comité heeft onderzocht dat bijna 1 op de 5 studenten leidt aan hypertensie. Van de onderzochte studenten is 1 op de 4 roker, heeft 1 op de 4 overgewicht en lijdt 1 op de 5 aan hypertensie. Ook wijzen de resultaten op een correlatie met een hoge BMI en een te grote buikomtrek en hypertensie.